Bijtelling bij meerdere auto’s per werknemer

Rijdt een werknemer per kalenderjaar meer dan 500 privékilometers in twee of meer auto’s van de zaak? Vanaf 2022 betaalt deze werknemer bijtelling over de auto(’s) waarvoor de hoogste bijtelling geldt – in plaats van over de auto(‘s) met de hoogste cataloguswaarde. Deze wijziging heeft vooral gevolgen voor wie zakelijk en privé in meerdere auto’s rijdt waarvan er één een youngtimer is.

Verschillende factoren bepalen of een werknemer bijtelling moet betalen en zo ja, hoeveel. Of er bijtelling moet worden betaald, wordt per auto beoordeeld. Op hoofdlijnen gelden de volgende richtlijnen: 

  • De regeling bijtelling privégebruik geldt voor iedere auto waarmee een werknemer per kalenderjaar 500 privékilometer of meer rijdt in een zakelijke auto; 
  • Tot en met 2021 is de cataloguswaarde van de (auto’s) bepalend voor de hoogte van de bijtelling; vanaf 2022 is de auto met de hoogste bijtelling leidend; 
  • Is er sprake van een gezin waarbij meerdere mensen een rijbewijs hebben? Dan betaalt de werknemer over net zo veel auto’s bijtelling als er rijbewijzen zijn. 

Bekijk ook ons kennisbankartikel over bijtelling 2022

Rittenregistratie

Verandering in de praktijk 

Vanaf 2022 betaalt een werknemer dus bijtelling over de auto(‘s) met de hoogste bijtelling. Waarschijnlijk heeft de nieuwe regelgeving weinig gevolgen voor wie de enige in het gezin is met een rijbewijs, wie daarnaast per kalenderjaar in meerdere auto’s van de zaak 500 kilometer of meer privé rijdt en daarbij gebruikmaakt van auto’s met een vergelijkwaarde cataloguswaarde. Maar voor wie in auto’s met verschillende dagwaardes rijdt én voor wie een gezin heeft waarvan meerdere personen een rijbewijs hebben, is de verandering wel voelbaar; het is aannemelijk dat de bijtelling dan behoorlijk omhoog gaat. We lichten dit toe aan de hand van een voorbeeld. 

Voorbeeld 

Meneer De Rooij rijdt in drie auto’s van de zaak meer dan 500 kilometer per kalenderjaar privé. Behalve meneer De Rooij,  heeft ook zijn vrouw een rijbewijs.  

Auto een is een BMW met een cataloguswaarde van € 150.000,00. Deze auto is zeventien jaar oud en is dus een youngtimer. De dagwaarde van deze auto is € 10.000,00. De bijtelling voor een youngtimer is 35 procent over de dagwaarde (WEV). Voor de youngtimer betaalt meneer de Rooij in 2021 dus € 3.500,00 bijtelling. 

Auto twee is een Volkswagen Passat van twee jaar oud, met een cataloguswaarde van ongeveer € 50.000,00. Voor deze benzineauto geldt in 2021 een bijtellingspercentage van 22 procent over de cataloguswaarde. Meneer De Rooij betaalt voor deze auto dus € 11.000,00 bijtelling. 

Auto drie is een Renault Zoe van een jaar oud, met een cataloguswaarde van € 25.000,00. Als hierover in 2021 bijtelling betaald moet worden, is dit 22 procent van de cataloguswaarde: € 5.500,00.  

Aangezien in het gezin van meneer De Rooij niet drie, maar twee mensen een rijbewijs hebben, hoeft meneer De Rooij alleen over twee auto’s bijtelling te betalen. In 2021 betaalt hij per jaar € 3.500,00 (youngtimer) en € 11.000,00 (Volkswagen), bij elkaar opgeteld € 9.000,00 bijtelling. Dit zijn de auto’s met de hoogste cataloguswaarde en dus moet over deze twee auto’s bijtelling worden betaald.

In 2022 betaalt meneer De Rooij echter geen € 9.000,00, maar € 16.500,00 bijtelling per kalenderjaar voor twee auto’s. Vanaf dat jaar betaalt hij namelijk het bedrag dat past bij de twee auto’s met de hoogste bijtelling. Dat zijn in dit voorbeeld de Volkswagen Passat en de Renault Zoe. De wijziging leidt er voor meneer De Rooij toe dat hij vanaf 2022 maar liefst € 7.000,00 meer bijtelling per kalenderjaar moet betalen, terwijl hij net zo veel privékilometers maakt en in dezelfde auto’s rijdt. 

Bijtelling elektrische auto

De bijtelling voor elektrische auto’s stijgt de komende jaren langzaam, maar is tot en met 2025 nog altijd lager dan de bijtelling voor benzine- en dieselauto’s. Voor elektrische auto’s gelden de volgende percentages: 2021: 12 procent, 2022-2024: 16 procent, 2025: 17 procent. Deze percentages gelden voor de eerste € 40.000,00 van de fiscale waarde van de auto. Is de aanschafprijs hoger, dan betaalt de werknemer over dat deel 22 procent bijtelling. 

Voor een auto in de prijsklasse van bijvoorbeeld een Volkswagen Passat, is de bijtelling vanaf 2022 dan € 8.600,00 (geldend van 2022 tot 2029) respectievelijk € 9.000,00 (geldend van 2025 tot 2030) – afhankelijk van het jaar waarin de auto wordt aangeschaft. De genoemde marges komen voort uit de duur waarin het bijtellingspercentage geldt; dit percentage staat voor vijf jaar vast en gaat in op de eerste dag van de maand nadat de auto in gebruik wordt genomen. Dat betekent dat in dit voorbeeld de elektrische auto met een aanschafwaarde van € 50.000,00 in de nieuwe regelgeving € 2.000,00 tot € 2.400,00 minder bijtellingskosten per jaar met zich meebrengt dan een benzine-of dieselauto. Vanaf 2026 zijn de bijtellingskosten voor elektrische auto’s gelijk aan die van benzine- en dieselauto’s. 

Automatische rittenregistratie 

Wilt u geen bijtelling betalen? Dan moet u aantonen dat u maximaal 500 privékilometers per jaar rijdt in uw zakelijke auto(‘s). Automatische rittenregistratie is de makkelijkste manier om dit bewijs te leveren. Als de Belastingdienst daarentegen vaststelt dat u over meer dan de opgegeven auto’s bijtelling moet betalen, moet de Belastingdienst zelf aantonen waar deze vaststelling op is gebaseerd. Bij het vaststellen houdt de Belastingdienst rekening met eigen auto’s van de werknemer die voor privégebruik net zo geschikt zijn als een van de ter beschikking gestelde auto’s. 

Update: september 2021. Aan de teksten kunnen geen rechten worden ontleend, laat u daarom altijd adviseren door een financieel specialist.