Home » Blog » Maximale onbelaste reiskostenvergoeding stijgt

Maximale onbelaste reiskostenvergoeding stijgt

Goed nieuws voor werknemers die eigen vervoer gebruiken om naar het werk te reizen: de maximale onbelaste reiskostenvergoeding gaat eindelijk stijgen. Het kabinet heeft aangegeven dat deze vergoeding eindelijk stapsgewijs verhoogd gaat worden, nadat dit bedrag meer dan vijftien jaar lang op hetzelfde niveau is gebleven. Waar dit bedrag nu op 19 cent per kilometer ligt, kan de onbelaste vergoeding gaan stijgen naar 23 cent per kilometer. Zo hoeven werknemers minder te betalen voor hun reis van en naar werk, waarmee hogere brandstofprijzen gecompenseerd worden.

Stapsgewijze verhoging

Het kabinet heeft nu het plan om de maximale onbelaste reiskostenvergoeding stapsgewijs te verhogen. De eerste verhoging gaat in vanaf 1 januari 2023. Werkgevers mogen dan een onbelaste reisvergoeding uitbetalen van maximaal 21 cent per kilometer. In 2024 wordt dit bedrag nogmaals verhoogd, tot een onbelast bedrag van 23 cent per kilometer. Deze verhogingen zijn nog niet definitief, aangezien het kabinet de exacte bedragen nog moet doorberekenen voor de begroting die op Prinsjesdag vrijgegeven wordt. De verwachting is dat het kabinet een bedrag van 200 miljoen euro per jaar moet gaan reserveren om deze hogere vergoedingen te realiseren. Uit de voorjaarsbegroting is gebleken dat het kabinet de ruimte heeft om dit bedrag jaarlijks op te hoesten.

Langere vraag om indexering

De wens om de maximale onbelaste reiskostenvergoeding te verhogen is niet nieuw. De vergoeding van 19 cent per kilometer is namelijk al sinds 2006 onveranderd gebleven, terwijl de kosten voor het rijden van een auto veelal stegen. Niet alleen brandstof is duur, maar ook het onderhoud voor de auto moet worden meegenomen in het berekenen van de kilometervergoeding. Werknemers en belangenorganisaties riepen daarom al eerder op om deze vergoeding te indexeren. Zo wist de Vereniging Zakelijke Rijders al in 2020 te berekenen dat een vergoeding van 19 cent per kilometer niet toereikend was om zelfs de kosten van de goedkoopste auto’s te dekken. Dit zorgde voor veel frustratie bij werknemers die afhankelijk zijn van hun auto om op hun werk te komen. Zij betalen namelijk steeds meer uit eigen zak, terwijl een passende vergoeding achterblijft.

Tegemoetkoming hoge brandstofprijzen

Er stond al langer een verhoging van de maximale onbelaste reiskostenvergoeding op de planning, aangezien de wens voor een hogere vergoeding er al langer was. In het regeerakkoord heeft het kabinet daarom afgesproken om deze vergoeding vanaf 2024 te gaan verhogen. Dit proces is nu versneld vanwege de constant stijgende brandstofprijzen. Werknemers zijn aanzienlijk meer geld kwijt aan het reizen van en naar werk, waardoor er een passendere vergoeding moet komen. De Tweede Kamer vroeg het kabinet om al vanaf 1 juli 2022 met een verhoogde reiskostenvergoeding te komen, maar daar zag het kabinet vanaf. De hoge brandstofkosten worden namelijk al gecompenseerd doordat de brandstofaccijnzen sinds 1 april verlaagd zijn. Ook betalen consumenten al minder btw over gas en elektriciteit, waardoor de hogere brandstofprijzen minder voelbaar zijn. Door vanaf 2023 een hogere onbelaste reiskostenvergoeding aan te bieden, wordt de pijn van de hogere brandstofprijzen nog iets meer verzacht.

Geldt de verhoging voor alle werknemers?

De maximale onbelaste reiskostenvergoeding geldt alleen voor werknemers die eigen vervoer gebruiken om naar het werk te reizen. Dat kan met de auto zijn, maar de regeling kan ook gebruikt worden voor werknemers die met het openbaar vervoer reizen. Ook in het geval van carpoolen kan de vergoeding betaald worden, maar alleen de chauffeur ontvangt dan het bedrag. Dat de maximale onbelaste reiskostenvergoeding gaat stijgen, betekent overigens niet dat iedere werknemer ook een hogere reisvergoeding ontvangt. Dit bedrag wordt uiteindelijk door de werkgever bepaald. Zo mogen werkgevers altijd een hogere vergoeding aanbieden dan de overheid adviseert, maar een groot deel van de hogere vergoeding wordt dan belast. Hierdoor komt er uiteindelijk weinig terecht bij de werknemer en ontvangt vooral de overheid een groot deel van de hogere vergoeding. Deze nieuwe regels maken het voordeel voor de werknemer groter en maken het dus aantrekkelijker om de reiskostenvergoeding te verhogen. De werkgever moet dan wel meegaan met het voorstel van de overheid, maar kan er ook voor kiezen om geen hogere reiskostenvergoeding aan te bieden.