Home / Blog / Wat zijn de AVG-regels voor GPS tracking van voertuigen?

Wat zijn de AVG-regels voor GPS tracking van voertuigen?

De AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) is van toepassing op GPS-tracking van voertuigen zodra de locatiegegevens herleidbaar zijn tot een persoon. Werkgevers die een GPS-tracker voor de auto gebruiken, moeten voldoen aan regels rond grondslagen, transparantie en dataminimalisatie. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over AVG-conforme voertuigtracking.

Wat is GPS-tracking van voertuigen en waarom is de AVG hierop van toepassing?

GPS-tracking van voertuigen is het continu registreren van de locatie van een voertuig via satellietsignalen. De AVG is hierop van toepassing omdat locatiegegevens van een voertuig dat aan een specifieke bestuurder is gekoppeld, worden beschouwd als persoonsgegevens. De werkgever is in dat geval verwerkingsverantwoordelijke en de chauffeur of medewerker is de betrokkene.

Een GPS-tracker voor de auto registreert niet alleen de positie, maar ook rijgedrag, snelheid en rijtijden. Al deze gegevens kunnen direct of indirect worden gekoppeld aan een individuele persoon. Dat maakt ze persoonsgegevens in de zin van de AVG, ook als het voertuig formeel eigendom is van het bedrijf.

Welke AVG-grondslagen mag een werkgever gebruiken voor GPS-tracking van bedrijfsvoertuigen?

Werkgevers kunnen doorgaans drie verwerkingsgrondslagen inzetten: gerechtvaardigd belang, uitvoering van een overeenkomst of toestemming. Gerechtvaardigd belang is de meest gebruikte grondslag bij voertuigtracking voor logistieke doeleinden, mits het belang van de werkgever opweegt tegen de privacybelangen van de medewerker.

Toestemming is in een arbeidsrelatie vaak problematisch, omdat er sprake is van een afhankelijkheidsrelatie. Toestemming is dan niet altijd vrijelijk gegeven en daarmee juridisch kwetsbaar. Uitvoering van een overeenkomst kan van toepassing zijn als tracking direct noodzakelijk is voor de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, zoals bij chauffeurs in de transportsector.

Wat moet een werkgever aan medewerkers meedelen over GPS-tracking in bedrijfsvoertuigen?

Werkgevers zijn verplicht medewerkers vooraf te informeren over het gebruik van een GPS-tracker voor de auto. Dit omvat minimaal: het doel van de tracking, de wettelijke grondslag, de bewaartermijn van de gegevens, wie er toegang heeft en hoe medewerkers hun rechten kunnen uitoefenen.

Deze informatie kan worden opgenomen in een privacyverklaring voor medewerkers of in het personeelshandboek. Het is van belang dat medewerkers de informatie daadwerkelijk ontvangen en kunnen raadplegen, bij voorkeur schriftelijk of digitaal aantoonbaar. Mondeling informeren is juridisch onvoldoende.

Welke beperkingen stelt de AVG aan het gebruik van GPS-gegevens van voertuigen?

De AVG vereist dat GPS-gegevens alleen worden verzameld voor vooraf bepaalde, legitieme doeleinden en niet verder worden verwerkt op een manier die daarmee onverenigbaar is. Gegevens mogen niet langer worden bewaard dan noodzakelijk voor het doel waarvoor ze zijn verzameld.

  • Doelbinding: Tracking voor ritregistratie mag niet worden gebruikt voor heimelijk toezicht op medewerkers.
  • Dataminimalisatie: Verzamel alleen gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor het doel.
  • Opslagbeperking: Stel een concrete bewaartermijn vast, bijvoorbeeld vier weken voor operationele gegevens.

Verboden gebruik omvat onder meer het permanent monitoren van medewerkers buiten werktijd of het gebruik van locatiegegevens voor disciplinaire maatregelen zonder transparante procedure.

Hoe verschilt de AVG-aanpak voor GPS-tracking van privévoertuigen versus bedrijfsvoertuigen?

Bij bedrijfsvoertuigen heeft de werkgever meer ruimte om tracking te rechtvaardigen via gerechtvaardigd belang. Bij privévoertuigen van medewerkers liggen de privacyrisico’s aanzienlijk hoger, omdat de medewerker ook buiten werktijd gebruikmaakt van het voertuig. Tracking van privévoertuigen vereist een veel sterkere juridische onderbouwing.

De ondernemingsraad speelt een belangrijke rol bij de invoering van volgsystemen. Op grond van de Wet op de ondernemingsraden heeft de OR instemmingsrecht bij de invoering van systemen die het gedrag of de prestaties van medewerkers registreren. Ook cao-afspraken kunnen aanvullende beperkingen opleggen aan het gebruik van tracking.

Hoe kiest u een AVG-conform GPS-tracking systeem voor uw wagenpark?

Een AVG-conform GPS-tracking systeem voldoet aan een aantal concrete vereisten. Let bij de selectie op: een getekende verwerkersovereenkomst met de leverancier, opslag van gegevens binnen de EU, gedifferentieerd toegangsbeheer en de aanwezigheid van auditlogboeken. Een goed fleet management systeem voor uw wagenpark ondersteunt u hierbij met de juiste technische en organisatorische maatregelen.

  • Verwerkersovereenkomst: Verplicht wanneer een externe partij gegevens verwerkt namens uw organisatie.
  • Gegevensopslag binnen de EU: Voorkomt complicaties rondom internationale doorgifte van persoonsgegevens.
  • Toegangsbeheer: Beperk toegang tot locatiegegevens tot medewerkers met een legitieme taak.
  • Auditlogboeken: Maak inzichtelijk wie wanneer welke gegevens heeft geraadpleegd.

Wij adviseren daarnaast te kiezen voor een systeem dat het eenvoudig maakt om tracking buiten werktijd uit te schakelen, zodat u de privacy van medewerkers structureel kunt waarborgen en uw AVG-verplichtingen aantoonbaar nakomt.

De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld voor algemene informatiedoeleinden. Wet- en regelgeving is onderhevig aan wijzigingen. Aan de inhoud van dit artikel kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. Raadpleeg altijd een juridisch of financieel specialist en controleer de meest actuele informatie via de relevante officiële instanties.

Gerelateerde artikelen